10 april 2013

1816, "Het Jaar Zonder Zomer"

Eén van de zwaarste vulkaanuitbarstingen in mensenheugenis, die van de Tambora vulkaan in Indonesië in april 1815, vulde de atmosfeer met enorme stof-, gas- en aswolken, die resulteerden in temperatuurdalingen, waardoor 1816 bekend werd als "Het Jaar Zonder Zomer". 

De Tabora vulkaan is gelegen op het Indonesische eiland Soembawa. Hij was al zo'n 1000 jaar niet meer uitgebarsten, toen hij op 10 april 1815 weer begon te rommelen. Ooggetuigen meldden dat die dag een vuurzuil uit de berg omhoog schoot. Vervolgens regende het grote brokken puimsteen. In een explosie werd te top van de vulkaan eraf geblazen: de berg was oorspronkelijk 4300 m. hoog, na de uitbarsting nog maar 2800 m. Ten gevolge van de instorting werden verschillende eilanden in de Indonesische archipel door vloedgolven getroffen. Grote brokstukken kwamen tot op 40 kilometer afstand neer. Drie dagen lang was de Tambora in een dichte zwarte rook gehuld. De eilanden Bali en Lombok werden getroffen door hevige asregens, waardoor daar de oogst grotendeels werd vernietigd met hongersnood als gevolg. De uitbarstingen hielden 4 maanden aan. Naar schatting vonden ongeveer 70.000 mensen in Indonesië de dood ten gevolge van deze eruptie. 

De uitbarsting van de Tambora zorgde voor een grote toename van fijn stof in de atmosfeer. Daardoor werden de rest van het jaar overal ter wereld bijzonder kleurrijke zonsop- en ondergangen gemeld, terwijl in Hongarije begin 1816 bruine en roze sneeuw viel. 
Het stof veroorzaakte ook een wereldwijde afkoeling. Op het noordelijk halfrond was de temperatuur in 1816 gemiddeld ongeveer 0,3 graden lager dan normaal en het voorjaar en de zomer waren koud. Op veel plaatsen in Europa vroor en sneeuwde het al in augustus, waardoor vele oogsten verloren gingen. Er was hongersnood in Engeland, Ierland, Frankrijk en Zwitserland. Ook was er dat jaar abnormaal zware regenval, met als gevolg dat rivieren als de Rijn overstroomden. De hongersnood en overstromingen veroorzaakten epidemieën van tyfus en cholera, in de hand gewerkt door een verzwakte weerstand, onhygiënische omstandigheden en het rondtrekken op zoek naar voedsel. De hongersnood en voedselrellen duurden voort tot in 1817. 

Tienduizenden mensen uit Zuid-Duitsland kwamen naar Nederland in de hoop daar een overtocht naar Amerika te kunnen krijgen. Amsterdam raakte overvol en de Nederlandse regering trachtte de Duitsers tevergeefs al bij de grens tegen te houden.


Verder lezen: 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen