24 november 2014

De nagelaten weduwe van Cornelis Lenaertsz Speck

Zoeterwoude, d.d. 24-11-1639:

Lijsbeth Dircxsdr. nagelaten weduwe van Cornelis Lenaertsz. Speck, in zijn leven gewoond hebbende aan de Broekweg in Zoeterwoude, in deze geholpen bij Arijen Arijensz., haar broeder, wonende tot Rijnsaterswoude, als haar gekoren voogd, ter eenre, en Pieter Lenaertsz. Speck en Frans Lenaertsz. Speck, als omen en gestelde voogden over
  • Pieter Cornelisz. Speck oud omtrent 14 jaar, 
  • Dirck Cornelisz. oud omtrent 12 jaar en 
  • Maertgen Cornelisdr. oud omtrent 18 jaar of elk daar omtrent 
allen minderjarige weeskinderen van de voorn. Cornelis Leendersz. Speck.

Zij  verklarende overzien hebbende de inventaris d.d. 21-11-1639 van de boedel deze gescheiden te hebben.


Bron: Weeskamer Zoeterwoude inv.  79, transcriptie van Teun van der Vorm.


17 november 2014

Haesjen Floren Schup liep brandwonden op in 1672

Op de lidmatenlijst van Ameide van 25-12-1663 wordt vermeld dat "In Thienhoven sijn bevonden ten selven tijde als volgt": Fas Ariensze Ottolander en "Haesjen Floren, sijn huisvrouw, verbrand in haar huid op 17-11-1672". Dat laatste zal dus een latere toevoeging zijn. 

Haesje Floren was een dochter van Floris Cornelis Schup. Uit Haesje's huwelijk met Vas Adriaensz Ottolander zijn mij 2 kinderen bekend: Floris en Joostje, die beiden trouwden en kinderen kregen. 

Vas Adriaensz Ottolander is in maart 1666 overleden, waarna Haesje op 20-1-1670 in Ameide hertrouwde met Arien Heijmense de Groot, weduwnaar van Mijnsken Jans Rogman. Het was dus pas tijdens haar 2e huwelijk dat Haesje Floren brandwonden opliep.

12 november 2014

Leichje Kranenburg (88) overleed op 12-11-1810 in Rhoon

Leichje Kranenburg overleed op 12-11-1810 in Rhoon in de leeftijd van 88 jaar en 9 maanden. Leichje was een dochter van Klijs Ariens Kranendonk (±1690-1774) en diens eerste vrouw, Jaapje Pieters Sloof. Zij was weduwe van Pieter Machielse Louter met wie Leichje op 24-11-1743 in Rhoon was getrouwd. Pieter was een zoon van Machiel Pieterse Louter en Marijtje Paulusse Tolhooft en op 23-7-1719 in Charlois gedoopt. Pieter overleed op 8-3-1792 in Rhoon. Leichje overleed 18 jaar later ten huize van haar jongste dochter Jannetje en diens tweede echtgenoot, Floris Kleinjan, die boer was. Onderstaande advertentie werd geplaatst door haar zoon Kleijs Louter.

Rotterdamse Courant, 17-11-1810

Leichje Kranenburg baarde 13 kinderen, allen gedoopt in Rhoon, waaronder:
    • Jaapje, gedoopt op 20-9-1744. Zij was op 4-3-1792 in Barendrecht getuige bij de doop van Jaapje Kleinjan, een dochter van haar zuster Lena.
    • Machiel, gedoopt op 2-1-1746, overleden in 1806, Hij was gehuwd met (1) Neeltje Ariense Groenenboom en (2) Crijna Sloof, weduwe van Hendrik den Boer. Hij had 7 kinderen.
    • Elisabeth, gedoopt op 7-9-1749, overleden in 1812. Zij was in 1772 gehuwd met Willem Cornelisz Leenheer uit Heerjansdam.
    • Kleijs, gedoopt op 14-6-1751, overleden op 7-7-1823 in Katendrecht. Hij was in  1777 gehuwd met Maaijke Pleunen Veldhoen (1744-1820). Zij hadden 5 kinderen.
    • Lena, gedoopt op 5-1-1755, overleden op 8-5-1829 in Barendrecht. Zij was gehuwd met (1) in 1776 Jan Florisse Kleinjan (±1740-1802), weduwnaar van Pieternella Joppe (±1742-1775) en (2) in 1780 met Krijn Hendriks Vermaas (1754-1825). Lena had 13 kinderen uit haar eerste huwelijk.
    • Jannetje, gedoopt op 18-11-1759 en ovrleden op 19-3-1831 in Rhoon. Zij was gehuwd met (1) in 1781 Kornelis Arijsz Dekker (1759-±1791) en (2) in 1795 met Floris Janse Kleinjan, gedoopt op 24-12-1769 in Nieuw-Vossemeer en overleden op 30-8-1859 in Steenbergen, 90 jaar oud (zie onder).
    • Arij, gedoopt op 20-12-1761 en in 1787 gehuwd met Johanna van Gelder. Zij hadden 8 kinderen.

    Nieuwe Rotterdamsche Courant, 2-9-1859, overlijden van Floris Janse Kleinjan




      6 november 2014

      Oma's persoonsbewijs uit de oorlog

      Onlangs gaf mijn oom Cees mij een klein kistje met daarin allerlei documenten van wijlen mijn grootouders, Pieter de Jong (1892-1973) en Willempje Cornelia Zijderveld (1892-1976). Mijn oma heb ik alleen gekend, toen ik zelf nog klein was en zij een gebogen oud vrouwtje in zwarte kleren. Ik ben dan ook enorm blij dat in het kistje een persoonsbewijs van mijn oma zat:
      
      Mijn oma's persoonsbewijs

      3 november 2014

      De Dordtse Hadewij Willems de Haen (1668-1741)

      In 1712 speelde er in Dordrecht een conflict tussen Hadewij de Haen en Matthijs Baerthout de Stercke, die Hadewij uitschold voor hoer, teef en beest. Hij vertelde dat hij haar vroeger, toen ze sneepen gingen venten in de rivier de Noort, voor een  dubbeltje 'afnaaide'. Hij had haar vervolgens onbetamelijk aangevat, haar rokken opgelicht en gezegd: "Wilt gij niet nogmaals zeggen, likt mijn gat, likt mijn etc.". Daarna had hij haar tot bloedens toe geslagen.
       
      Later had De Stercke gezegd: "Heb je van dat leven tusschen Cornelis in den Hemel en Hadewijchje in de Hel niet gehoord?". Hij had daarbij gesuggereerd dat Hadewij na een vechtpartij van haar man met een zakje geld bij de officier was gaan "krijten en kermen".

      Dordrecht, geschilderd door Aelbert Cuyp (1620-1691)