17 september 2014

Gerrit Dircx Cranendonck (†1706) was "sijne sinnen onmachtig"

Op 18-9-1678 liet Arijen Dircx Cranendonck twee personen verklaren dat wegens ziekte van Gerrit Dircx Cranendonck, zijn broeder, die "sijne sinnen onmachtig is geweest", diens zaken gedurende het hele jaar 1674 door Arij zijn waargenomen. Hun tante Leentge Adriaen Jorisdr. stelde Arijen aan tot beheerder van Gerrits aandeel in haar erfenis. Hij bezat het slechts "in lijftocht".

Gerrit Dircx Cranendonck was rond 1640 geboren in Charlois (nu Rotterdam) als zoon van Maritgen Gerrits Cranendonck en Dirck Adriaen Jorisz (1649). In 1664 wilde Gerrit trouwen met Anneke Hendriks (1640-1680) uit de Sint Anthoniepolder, maar toestemming werd geweigerd door zijn behuwd oom Arijen Reijnen van der Linden, echtgenoot van Leentge Adriaen Jorisdr., de zuster van wijlen Gerrit's vader. Twee jaar later, op 2-5-1666, konden Gerrit en Anneke eindelijk trouwen. Gerrit en Arij vernoemden beiden een dochter Lena naar hun tante.

In 1678 was Gerrit kennelijk alweer voldoende hersteld van zijn ziekte om, geassisteerd door zijn broer Arijen, enige malen op te kunnen treden voor het gerecht van 's-Gravendeel. Op 18-12-1679 compareerde Arijen Dircks Cranendonck, ziek, won. te 's-Gravendeel. Tot universeel erfgenaam benoemde hij zijn 2 onmondige kinderen. Als voogde stelde hij aan Wijnant Pelsser, wolwever te Dordrecht, en Dirck Dircks jonge Quartel, wonende in Bonaventura. De voogden moisten na het overlijden een inventaris maken in het bijzijn van Geerit Dircks Cranendonck, die zich echter niet met de boedel mocht bemoeien. Bovendien zouden zij zich moeten verwantwoorden voor Geerit Dircks Cranendonck.

Op 5-3-1681 hertrouwde Gerrit Dircx Cranendonck, weduwnaar van Annigje Hendricks, met Sijtgen Cornelisse, weduwe van Dirck Jacobs, beiden wonend te Puttershoek. Gerrit had 6 kinderen uit zijn 1e huwelijk en kreeg nog 2 kinderen met Sijtgen. Op 5-9-1700 was Gerrit samen met zijn jongste dochter Lena getuige bij de doop van Annigje van der Graaf, dochter van Gerrit's oudste dochter Marigje. Gerrit's overlijden werd op 13-4-1706 aangegeven door zijn weduwe Sijtgen Cornelisse.
 
 
Bron: ir. C. Sigmond en K.J. Slijkerman: "De Geslachten Cranendonck in Holland ca. 1400-1700", Rotterdam, 1992

15 september 2014

"Brick Wall" - Lammert Korsse de Bruijn in Vijfheerenlanden

Er zijn van die voorouders waarbij het extra moeilijk is om informatie over ze te vinden. Vaak is het een combinatie van een vaak voorkomende naam en een verhuizing, waardoor het spoor niet of nauwelijks meer te volgen is. In het Engels noemen ze zo'n vastloper een "Brick Wall" (stenen muur).

In Vijfheerenlanden loop ik vast bij zowel de eerste vrouw als de ouders van Lammert Korsse de Bruijn:  
  • Lammerts eerste vrouw was Hanna Vos, die was geboren in Everdingen. Bij hun huwelijk in 1739 woonde zij in Zijderveld. Haar vader heette hoogstwaarschijnlijk Cornelis.
  • Lammerts moeder was Marijgje Jans Brakhand/Brackband, die als j.d. van Lakerveld in 1706 trouwde met Cors Lammertsz de Bruijn, j.m. van Blokland. Ook van Cors heb ik geen verdere voorouders kunnen vinden.

Huwelijksinschrijving van Lambert de Bruin en Hanna Vos op 28-10-1739 in Zijderveld.

11 september 2014

De kinderen van Jan Florisse Kleinjan (1800-55)

Jan Florisse Kleinjan (1800-55) was een gegoede boer in Poortugaal. In 1851 werd hij voor ƒ1383,78 aangeslagen voor grond in Poortugaal, Rhoon, Pernis, Groote Lindt, Kleine Lindt, Hendrik-Ido-Ambacht, Meerdervoort, Barendrecht en Charlois. Ook was hij hoogheemraad in Poortugaal en Rhoon.

Met zijn echtgenote, Adriaantje Baas (±1803-75), kreeg Jan 12 kinderen. De oudste zoon, Floris (1822-60) was naar zijn opa van vader's zijde vernoemd. De tweede zoon, Arij Kleinjan, werd geboren op 23-11-1825 in Rhoon. Hij overleed "na eene korstondige ziekte van drie dagen" op 9-9-1847 in Poortugaal, 21 jaar oud. Zijn ouders plaatsten deze advertentie:

Rotterdamsche Courant, 11-9-1847, overlijdensbericht van Arij

Daar bleef het niet bij. Op 29-4-1853 in Poortugaal overleed hun 12-jarige dochter Adriaantje "na een smartelijk lijden". Adriaantje was aldaar geboren 2-11-1840. Haar ouders plaatsten deze advertentie:

Rotterdamsche Courant, 30-4-1847, overlijdensbericht van Adriaantje
Zelf overleed Jan Florisse Kleinjan op 29-11-1855, bijna 55 jaar oud. Zijn weduwe liet de volgende advertentie plaatsen: 

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 30-11-1855, overlijdensbericht van Jan

31 augustus 2014

Teunis Centen Eellant (†1701) van 's-Gravendeel

Teunis Centen Eelhant/Eellant/Eenland/Elandt, in 1696 wonende te 's-Gravendeel en in de Mookhoek, was getrouwd met Leijntje Cornelisse. Zij zijn waarschijnlijk dubbele voorouders van mij via hun waarschijnlijke dochters Soetie en Lijsbet. Daar de doopboeken van 's-Gravendeel helaas vernietigd zijn, is er weinig van dit echtpaar bekend. in de periode 1696-97 zijn Leijntje en 4 van hun kinderen overleden: "Den 31 augustij 1696: ontfangen van Teunis Centen Eellant de somme van drie guldens, voor ’t regt van begraven van desselfs vrouw, genaempt Leijntje Cornelis, als gehoorende onder de classis van drie gul." Teunis overleefde haar nog 5 jaar, want in maert 1701 werd "ontfangen van Willem Teunisse Eellant drie guldens voort regt van begraven van ’t lijck van sijn vader, genaemt Teunis Senten Eellant, aengevinge gedaen hebbende onder de classis van drie gulden".

26 augustus 2014

Francis Bersevelt bedreigde Thomas Geldense Paans in 1737

Het Rechterlijk Archief van Loon op Zand getuigt van een langdurige ruzie tussen mijn voorouder Thomas Geldense Paans (1692-1769) en ene Francis Bersevelt, die in een huis van Paans woonde.

Francis Bersevelt voerde in 1737 een civiele procedure tegen Thomas Paans, woonachtig te Capelle, over achterstallige huishuur en een openstaande rekening.  Op verzoek van Francis Bersevelt legde Arnoldus van Reijswijk, vorster, op 10-4-1737 beslag op de goederen van Thomas Paans, wonende te Capelle.

Jan Peetersz. van Tilborgh legde op verzoek van Thomas Geldense Paans op 24-7-1737 in Loon op Zand een verklaring af over hoe Francis Bersevelt genoemde Paans bedreigd heeft. Corstiaan van Wanrooij, Jan Coenen van Boxel, Gerrit van Hal, Peeter Valentijn en Huijbert Conings, legden op verzoek van Francis Bersevelt op 15-11-1737 in Loon op Zand een verklaring af over zijn ruzie met Thomas Paans. 

Op 10-5-1738 legde Adriaan Drossaars, wonende te Waalwijk, op verzoek van Thomas Paans, wonende te Capelle, een verklaring af over dat Francis Berseveldt nooit ramen of kozijnen bij hem gekocht heeft. Op 15-5-1738 legde Jan Kievits, oud-schepen, op verzoek van Thomas Paans een verklaring af over dat Francis Bersevelt nooit hout bij hem heeft gekocht. Bastiaan Anthonijsz. Timmermans, meester-timmerman, verklaart in opdracht van Paans gewerkt te hebben aan het huis waarin Bersevelt woont.

Op 25-10-1738 leggen Jan Vos, wonende te 's-Grevelduin-Capelle op de Nieuwe Vaart, en Hendrik van Osch, op verzoek van Thomas Paans een verklaring af over dat Francis Bersevelt woont in een huis van genoemde Paans.

Op 16-9-1739 werd Barsevelt veroordeeld tot het betalen van 64 gulden huishuur, verminderd met de schuld van 20 gulden en 18 stuivers in verband met geleverde winkelwaarde.