19 april 2017

Pleuntje Kruithof bleef kinderen krijgen nadat haar man in 1859 op zee was gebleven

Visser Leendert Verschoor werd op 26-2-1823 in Pernis geboren als jongere zoon van Leendert Verschoor en Maaike Verheij, die waren getrouwd op 16-12-1819 in Poortugaal. Diverse van hun kinderen stierven jong, maar Leendert jr. bereikte de volwassen leeftijd. Hij is op 26-9-1846 in Pernis getrouwd met Pleuntje Kruithof (20), die geboren is in Charlois als buitenechtelijke dochter van Annigje Korsse Kruithof (1808-1889). Ook uit hun gezin zijn twee zoontjes met de naam Maarten jong gestorven, maar eveneens Leendert Verschoor (1846-95) geheten zoon zou wèl de volwassen leeftijd bereiken.

In augustus 1851 voer Leendert Verschoor vanuit Pernis naar zee met de vissersboot "Ons Genoegen". Schip en bemanning zijn nooit teruggekeerd en daarom wordt aangenomen dat het met man en muis is vergaan. Dat werd 7 jaar later, op 30-9-1858, ook officieel vastgelegd. Een jaar daarna wilde Leendert's weduwe, Pleuntje Kruithof, hertrouwen, waarna op 13-9-1859 een oproep verscheen in de Nederlandsche Staats Courant.

Nederlandsche Staats Courant, 13-9-1859

Ondertussen was Pleuntje zeker níet eenzaam achtergebleven. Reeds op 24-8-1852 - dus een jaar na Leendert's verdwijning - beviel zij van een zoontje genaamd Korstiaan, dat 2 maanden later is overleden. Vervolgens werd zij 5 keer moeder van een jong gestorven zoontje genaamd Jacob. Haar laatste buitenechtelijke kind, Maria, werd op 3-11-1860 in Pernis geboren en is aldaar op 1-10-1861 overleden. De aangifte van Maria's geboorte werd gedaan door arbeider Huig de Jong.

13 april 2017

Jan Willem Keesmaat (1852-1923) uit Alblasserdam

Gerrit Keesmaat (1821-1880) kreeg met zijn 1e vrouw, Adriana van Lit, o.a. de kinderen Andries, Anna-Cornelia, Annigje, Jan Willem en Jozeph. Van de zonen uit dit huwelijk bleef alleen Jan Willem in leven. Hij was geboren op 2-10-1852 in Alblasserdam en was 8 jaar oud, toen zijn moeder overleed op 27-4-1861 in Alblasserdam. Zij was toen 35 jaar oud en 14½ jaar getrouwd.
Weduwnaar Gerrit Keesmaat hertrouwde op 7-9-1861 in Nieuw-Lekkerland met Francina Adriana Zeltenrijch (1821-1914). Samen kregen zij nog een zoon Andries Keesmaat (1865-1921).

Jan Willem Keesmaat
Jan Willem Keesmaat (foto rechts) trouwde op 18-12-1874 in Nieuwpoort met Jozina Heijkoop, die aldaar is geboren op 24-3-1855 als dochter van Jan Heijkoop. Zij verhuisden diverse keren en kregen de volgende kinderen:  
1 Adriana Keesmaat is geboren op 3-2-1876 in Nieuw-Lekkerland en is aldaar overleden op 6-7-1876.
2 Gerrit Keesmaat is geboren op 19-2-1877 in Nieuw-Lekkerland. Hij is in 1913 in Rotterdam getrouwd met Agnes Margaretha Schoneman. Gerrit is overleden op 22-5-1952 te Poortugaal, 75 jaar oud.
3 Johannis Keesmaat is geboren op 18-1-1880 in Alblasserdam. Hij is in 1903 in Rotterdam getrouwd met Martina Dominica Kapsenberg. Johannis is overleden op 5-1-1923 in Rotterdam, 42 jaar oud.
4 Jan Keesmaat is geboren op 27-10-1882 in Vlissingen. Jan trouwde met Sophia Elizabeth Cras. Hij is overleden op 12-3-1945 in Rotterdam. 
5 Aart Keesmaat is geboren op 15-7-1884 in Middelburg en overleden in Rotterdam op 10-7-1887, 2 jaar oud.
6 Josina Keesmaat is geboren op 15-7-1888 in Rotterdam. Josina trouwde in 1909 in Nieuw-Lekkerland met de aldaar geboren Arie van Vliet. 
7 Aart Keesmaat is geboren op 10-4-1891 in Rotterdam en aldaar overleden op 12-8-1891, 4 maanden oud. 

In Vlissingen werd Jan Willem Keesmaat als werkman vermeld. Zijn jongste kinderen zijn in Rotterdam geboren, waar zijn zus Anna Cornelia (1849-1908) al eerder met haar man naartoe was verhuisd. 
Josina Heijkoop is overleden op 14-7-1892 in Rotterdam, 37 jaar oud. Kennelijk is het daarna mis gegaan met haar weduwnaar. Jan Willem Keesmaat werd namelijk veroordeeld voor landlooperij in 's-Hage en vervolgens op 34 april 1896 opgenomen in Veenhuizen. 

Jan Willem Keesmaat was 1,618 m. lang en zijn bovenlijf had een lengte van 89,5 cm. Zijn linkeroog was blauw. Hij had toen een lichtbruine knevelbaard en blond haar. Zijn gelaat was doorschijnend met weinig kleur en een litteken op zijn rechterwang. Hij had afhangende schouders en een wrat schuin onder zijn rechter tepel. 

Zicht op het derde gesticht bij Veenhuizen.

Jan Willem Keesmaat heeft Veenhuizen ook weer verlaten. Uiteindelijk is hij overleden op 23-11-1923 in Rotterdam. Hij is een ver familielid van mij, want zijn grootvader, Andries Keesmaat (1776-1834) uit Alblasserdam, is een broer van Anna Keesmaat (1778-1850), die een voorouder is van mij via mijn moeder.

Bonnen: WieWasWie.nl, rotterdam.digitalestamboom.nl en AlleDrenten.nl.

6 april 2017

Albertus Hendrikus Oerlemans (1850-1906) uit Zutphen

Albertus Hendrikus Oerlemans werd op 7-4-1850 in Zutphen geboren als zoon van schoenmaker Jan Oerlemans (1824-1896). Jan was, als jongeman van Sprang, op 2-6-1847 in Zutphen getrouwd met Hanna ter Schegget (1819-1859), jongedochter van Lochem. Albertus Hendrikus was 9 jaar oud, toen zijn moeder overleed. Zijn vader hertrouwde 2 jaar later met Geertruida Koster. Albertus Hendrikus had nog een oudere broer, slagersgezel Arnoldus Johannes Oerlemans (1848-1887), die ongehuwd is overleden. Hun grootmoeder van vader's zijde, Jentje Nijland, was 93 jaar oud, toen zij op 24-1-1891 in Zutphen overleed. 

Albertus Hendrikus Oerlemans
Albertus Hendrikus was bij de arrondissementsrechtbank in Zutphen al 2 maal veroordeeld wegens diefstal tot respectievelijk 45 dagen en 4 maanden gevangenisstraf. Bij de arrondissementsrechtbank in Rotterdam werd hij daarna veroordeeld wegens “bedelarij en landloperij met opzet”. 

Albertus Hendrikus was toendertijd een werkman zonder vaste woonplaats. Hij was 1,78 m. lang met een bovenlijf van 93 cm. Hij had een gerimpeld voorhoofd, zijn knevel was lichtbruin en zijn haar donkerbruin met grijs. De tint van zijn huid was een ongezond geel doorschijnend. Op zijn linkerborst had Albertus Hendrikus Oerlemans een bloedrood wratje. 

Zodoende werd Albertus Hendrikus Oerlemans op 13-5-1896 opgenomen in de Ommerschans. Dit was een oud fort in Overijssel waar bedelaars - vrijwillig of gedwongen - onder streng toezicht werden opgeleid tot boerenknecht. Van 11-12-1903 tot 13-12-1904 zat hij opgesloten in de gevangenis van Breda wegens diefstal. 
In 1905 moest Albertus Hendrikus Oerlemans voor de rechtbank van Amsterdam verschijnen. Dit keer werd hij opgenomen in Veenhuizen bij Norg, de andere strafkolonie voor bedelaars. Daar is Albertus Hendrikus Oerlemans op 7-11-1906 overleden. 

27 maart 2017

Hermen van den Bogerd & molen "De Meerkoet"

Arij van den Bogerd, j.m., geboren in Moerkapelle, wonend onder Rijswijk, trouwde op 18-11-1798 in Delft met Clazina van Mourik, j.d., geboren onder Rijswijk, wonend in de Gasthuislaan. Arij van den Bogerd werd gedoopt op 28-10-1770 in Moerkapelle als zoon van Johannis (Hannis) van den Bogerd en Anna (Antje) van den Berg. Clazina van Mourik is gedoopt op 12-1-1766 in Rijswijk (ZH) als dochter van Hermen van Mourik en Maria Dingena Montenaken. Herman van Maurik, wonend bij de Trasmolen, is begraven in de Oude Kerk van Delft op 23-4-1793. Maria Dingena Montenake, wonend in de Gasthuislaan, weduwe van Herman van Mourik, is begraven bij de Oude Kerk van Delft op 21-12-1798.

Molen De Meerkoet
Eén ongedoopt overleden kind terzijde, lieten Arij van den Bogerd en Clazina van Mourik in Rotterdam de kinderen Johannes (1799-1800), Maria Catharina (1801-1849), Anna Adriana (1802-1869), Hermen, Neeltje (1806-1867) en Arij (1811-1847) dopen. Bij het overlijden van hun zoontje Johannes werd vermeld dat zijn ouders woonden te Jaffa op 't Snuyfmole. Die molen lag waarschijnlijk ten zuidwesten van de Kralingse Plas in Rotterdam. 

In 1827 kocht Arie van den Bogerd de snuif- en specerijenmolen De Meerkoet (foto rechts) in Kralingen. Deze 18e-eeuwse molen was gelegen aan het Veenpad nabij de Spiegelnisserweg ten noorden van de Kralingse Plas. Arie bleef molenaar op deze molen totdat hij, ruim 72 jaar oud, een hevige borstziekte kreeg en binnen enkele dagen - op Tweede Kerstdag 1842 - is overleden. Zij weduwe, Klasina van Mourik, overleed een week later op Nieuwjaarsdag 1843. 

21 maart 2017

Landloper Jan Booij (1841-1908)

Jan Booij uit Gouda was smid van beroep en ongehuwd. Hij had de militaire dienst vervuld als militair in het 4e regiment der infanterie. Ook was Jan al een keer eerder veroordeeld wegens bedelarij “met opzet”, toen hij opnieuw werd gevonnist voor landloperij. Zo werd Jan Booij op 20-12-1898 opgenomen in het gesticht in Veenhuizen in Drenthe.

Jan Booij was toen 156½ cm lang met een bovenlijf van 84½ cm. Zijn rechteroor was 6,7 cm lang. Bij zijn neus was het middenschot zichtbaar. Hij had een gerimpeld voorhoofd, kale schedel, een knevel (snor) en een geplooide onderkin.
Jan Booij (1841-1908)
Op zijn voorhoofd had Jan een litteken van 1,5 cm breed door zijn linker wenkbrauw. Bij zijn linker hand had hij achter zijn middelvinger een wond, waardoor deze vinger stijf naar binnen groeide. Aan zijn rechterhand had hij een kruisvormige snijwond. Ook had Jan een zwerende wond op zijn rug en een moedervlak op zijn borst.

Jan Booij was geboren op 9-8-1841 in Gouda als zoon van Fop Booij en diens 2e vrouw Christina Agatha Hornes (1813-1874). Veel van Jan's broertjes en zusjes waren jong gestorven, maar zijn zussen Maria Agatha (1840-1863) en Christina Agatha en zijn broer Aart bereikten wèl de volwassen leeftijd. Aart werd sergeant in het leger en trouwde 2 maal. Hun vader, Fop Booij, was op 28-7-1875 in Gouda voor de 3e maal getrouw met Alida Emmerentia van Reede (1823-1894), die zelf ook al 2 maal eerder getrouwd was geweest en 3 kinderen meebracht uit haar 1e huwelijk. 

10 maart 2017

Willemijntje Pieters Louter (1764-1833) trouwde 3 maal

Willemijntje Louter zou tegenwoordig een “cougar” worden genoemd, want haar 3e echtgenoot, Klaas Arijsz. van der Park, was maar liefst 19 jaar jonger dan zij. Klaas was net 3 jaar ouder dan Willemijntje's oudste zoon, Barent van der Horst (1787-1815). 

Charlois
Willemijntje Louter werd op 26-8-1764 gedoopt in Charlois (nu in Rotterdam) als jongere dochter van Pieter Karsse Louter (1729-1807) en Lijsbet Jacobs Meulendijk (1729-1802). Haar oudste broer Jacob trouwde in 1785 met een weduwe uit Streefkerk.

Willemijntje ging op 17-2-1786 in Charlois in ondertrouw met Pieter Barentse van der Horst. Hij was gedoopt op 20-6-1757 in Charlois als zoon van Barend van der Horst en diens tweede echtgenote, Bastiaantje Groenendijk. Pieter's vader was in 1767 als weduwnaar hertrouwd met Berber Zevenbergen, jongedochter van Charlois, die daarmee Pieter's stiefmoeder werd.

Willemijntje Louter en Pieter van der Horst kregen in de periode 1787-1793 de kinderen: Barent, Elisabeth, Pieter en Bastiaan. Bij twee van de dopen was Arijaantje Louter (1758-1840) de getuige. Pieter en Willemijntje waren net geen 10 jaar getrouwd, toen het lijk van Pieter Barentsz van der Horst op 2-1-1796 in Charlois werd aangegeven om te worden begraven.

Op 1-12-1797 in Charlois ging Willemijntje Louter in ondertrouw met Corstiaan Bastiaansz. Glesuur, die op 27-8-1759 in Charlois was gedoopt als zoon van Bastiaan Jans Glesuur (1715-1789) en diens tweede vrouw Arijaentie Corstiaense Parsman (±1730-1801). Zij lieten in 1798 en 1800 resp. de kinderen Arjaantje en Bastiaan dopen. Corstiaan is in de periode 1799-1802 overleden en Willemijntje bleef dus weer alleen achter.

Willemijntje Louter was 38 jaar oud, toen zij op 11-3-1803 in Charlois in ondertrouw ging met de 19-jarige Klaas Arijsz. van der Park. Hij was op 28-10-1783 geboren en op 2 november in Charlois gedoopt als zoon van Arie van der Park en Jannigje Dirkse Westerveld. 

Willemijntje overleefde haar zuster Maria Louter (1760-1819) en haar broer Jacob Louter (1757-1828). Na het overlijden van Willemijntje Louter op 68-jarige leeftijd op 9-1-1833 in Charlois is haar weduwnaar níet meer hertrouwd. Klaas van der Park is op 13-4-1860 in Charlois overleden, 76 jaar oud. 

2 maart 2017

Cornelis Nekeman is in 1717 in Kopenhagen overleden

Cornelis Cornelisz. Nekeman werd rond 1660 werd hij geboren als zoon van Cornelis Cornelisz. Nekeman sr. en diens vrouw Aaltje Aalders. Hij trouwde rond 1690 met Neeltje (±1670-1739), die een dochter is van Abel Kerstensz. en Annetje Cornelis, die ook op het eiland Vlieland woonden. Zij kregen in elk geval de kinderen Grietje, Cornelis, Abel en Claas.

Cornelis Nekeman jr. was zeeman. Zo vertrok hij op 29-6-1704 van Amsterdam naar Dantzig (tegenwoordig Gdansk in Polen). Op 16-12-1705 is Cornelis uitgevaren als schipper op de "Paarl", een schip van 100 last (200 ton). Op 15-4-1706 en 9-4-1710 voer hij opnieuw uit als schipper op de "Paarl".

Cornelis Nekeman behoorde tot de doopsgezinde gemeente van Oost-Vlieland. De doopsgezinden - ook wel mennonieten genoemd - waren volgelingen van de Nederlandse kerkhervormer Menno Simons (1496-1561). In plaats van kinderen te laten dopen, erkenden zij slechts de volwassen doop op vrijwillige basis. Doopsgezinde schippers, zoals Cornelis Nekeman, hadden een voorkeur voor de Oostzeevaart, omdat zij - vanwege hun geloof - geen wapens mochten dragen en het níet gebruikelijk was de koopvaarders naar het Oostzeegebied te bewapenen.

Op 2-3-1717 is Cornelis Nekeman in Kopenhagen in Denemarken overleden aan "een ongesondt lichaam".

Copenhagen, Denmark, in 1728