11 april 2014

Commandeur Thomas Thomasz Brullee

In 1687 voer de 33-jarige Thomas Thomasz Brullee als commandeur op het schip "D'Zee Egel" ter walvisvaart voor de reder Jonas de Jongh. Tijdens de reis kampte het schip met ernstige lekkage en problemen met de pompen. Daarom waren zij “schoon” teruggekeerd. 

Een walvisvaarder
aan de rand van het pakijs
Het schip had op een eerdere reis vanuit Frankrijk met een lading zout dezelfde problemen gehad. Samen met de ca. 33-jarige stuurman Corn. Reijersse uit Akersloot, de ca. 28-jarige timmerman Hendrik Gerbrants uit Dordrecht en de ca. 25-jarige bootsman Pieter Michielssen uit Dordrecht, legde Thomas Thomasz hierover een verklaring af, waarbij Thomas als enige de schrijfkunst níet meester was en tekende met een kruisje. 

In 1693 werden de Nederlandse walvisvaarders geëscorteerd door een aantal oorlogsschepen. Het kwam tot een bloedig treffen met Franse oorlogsschepen en ook onder de walvisbemanningen vielen slachtoffers. Na dit “rampjaar” duurde het tot 1702 voor er opnieuw een walvisvaarder vanuit Dordrecht vertrok. 

In 1712 voer Thomas Thomasz Brullee als commandeur op het schip "'t Dortse Lam" ter walvisvaart voor de reder Mattheus Rees. Op 23-7-1712 werd hij in de Noordelijke IJszee overvallen door de Franse kapersschepen "La St. Denise" en "Duc de Vendôme" uit St. Jan de Luz (een haven nabij de Spaanse grens), waarbij de lading moest worden afgestaan. 

10 april 2014

Nicolaas de Jong heeft Pieter Quirijns belasterd in 1745

Belastingambtenaren zijn nooit populair geweest:  

Pieter Quirijns, collecteur van de dorplasten,
legt op verzoek van drossaard Justinus van Gennep 
op 10-4-1745 in Loon op Zand een verklaring af
over Nicolaas de Jong, die hem tijdens de zitdag belasterd heeft. 
De verklaring wordt bevestigd door vorster Arnoldus van Rijswijk. 

7 april 2014

Diverse huwelijken tussen de families De Bondt en Brouwer

Adriana de Bondt overleed op 75-jarige leeftijd aan een borstziekte. Zij was op 10-3-1730 in Zwijndrecht geboren als oudste dochter van Cornelis Jans de Bondt en Laurentia (de) Kuijper. Haar bedroefde weduwenaar, Aalbart Brouwer, liet na Adriaena's overlijden de volgende advertentie plaatsen:

Rotterdamsche Courant, 14-3-1805

Adriana was met Aalbart Brouwer getrouwd op 3-11-1765 in Rotterdam. Hij was op 15-7-1736 in Zwijndrecht gedoopt als zoon van Hendrik Brouwer en Anna Janse de Bondt. Aalbert had een jongere broer Jan Brouwer, die te Zwijndrecht was gedoopt op 5-2-1741. Jan trouwde op 8-5-1768 in Rotterdam met Adriana's zuster Jannigje, die op 8-11-1738 in Zwijndrecht was gedoopt. Dat huwelijk bleef kinderloos. Jan Brouwer overleed in Rotterdam op 13-9-1795. Jannigje de Bondt overleed aldaar op 22-11-1822, waarna haar broer de volgende advertentie liet plaatsen:

Rotterdamsche Courant, 23-11-1822

25 maart 2014

Pleun Hoogvliet van Puttershoek wou niet deugen

Pleun Hoogvliet was een dief en inbreker met een kort lontje. Zijn eerste inbrak pleegde hij in 1738 bij mensen van wie hij wist dat ze naar de kerk waren. In 1746 molesteerde Pleun een politieagent, perste de schout af en verwonde zijn oom. Pleun was in Puttershoek gedoopt op 6-7-1721 als oudste zoon van Goris Pleune Hoogvliet en Maddeleentje Block.
Pleun had het ouderlijk huis al meermalen kapotgeslagen en "zijn ouders meermalen gedreigt te slaan". Pleun sloeg "veel goed aan stucken" onder "vloeken en tieren", zodat zijn moeder "uijt haar huijs was gevlugt". Ook had Pleun eens een stoel naar zijn vader gegooid. Pleun zei dat het kwam door de drank en "omdat zijne ouders meer van zijn broeder als van hem hielden".

Op 25-3-1748 stond Pleun Hoogvliet in Dordrecht terecht voor de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland. Enkele jaren eerder was hij op een zondagmiddag in de herberg van Arij Knegt op Puttershoek. Daar trof hij "een sekere vrouws persoon, zijnde een liedjeszangster". Volgens hem had de vrouw "soo door haar vuijle praat, als door haar gedurig knicken en wenken te kennen gegeven hebbende dat zij een hoer was". Pleun vertelde dat ze buiten de kroeg overeenkwamen om seks te hebben en dat hij haar daarvoor zou hebben betaald. "Vervolgens gekomen zijnde bij het weegje naar het molentje van het Hoeksche Nieuwlandt" had zij hem seks geweigerd en, volgens Pleun, hem het ontvangen geld weer teruggegeven. Daarop had Pleun haar "op den grondt gegoijt", waarop zij zich "zoo veel als zij konde verweerende" en "zijlieden te samen aan 't worstelen waren geraakt". Daarbij was de vrouw in de Vliet gevallen en er bij de andere oever weer uitgeklommen. Vervolgens was zij over "het kaatje langs voorbij den molen heen naar Puttershoek" gevlucht, waarbij zij haar "mandtje met liedeboekjes" achter had moeten laten.

Op 24-5-1748 werd Pleun Hoogvliet gevonnist. Hij werd gegeseld, gebrandmerkt en voor 70 jaar opgesloten in een tuchthuis, een gevangenis met dwangarbeid.

Bronnen: H. Aartoom's "Justitieklanten in vroeger tijd", blz. 53, gebaseerd op "Baljuw en Hoge Vierschaar van Zuid-Holland 1574-1811" en de "Families of South-Holland" CDs.

17 maart 2014

Teunis Jasperse Breesnee

In de herberg van Pieter Jeroense Hoppijn op de Kaai van Middelharnis schold Teunis Jasperse Breesnee de dienaar van justitie, Pieter de Karn, uit voor een "honsfot" en de baljuw maakte hij uit voor een "schelm en hondt". Teunis moest bidden om vergeving en een boete van 50 gulden betalen. Dat was in 1700.