17 april 2018

De 2 huwelijken van Jacoba van Nulck (1747-1803)

De Amsterdammer Jan van Nulck (1766-1834) noteerde:  

"Op den 19 April 1793 des Vrijdags Morgen Ca 2½ Uuren is mijn Zuster Jacoba Van Nulck, Weduwe van Jacobus van Eijl, in de Kraam bevallen van Een Zoon welke des Avonds circa 9½ Uuren Overleeden is, en den 26 April 1793 begraaven is des Morgens om 8½ Uuren in de Oude Kerk.

Oude Kerk,  Amsterdam
Jacoba van Nulck was geboren op 18-6-1747 in Amsterdam als dochter van zilversmid Dirk van Nulck (1720-1809) en zijn vrouw Antje Rozier (1722-1802). Op 25-6-1766 had Jacoba haar belijdenis gedaan. Over Jacoba's eerste huwelijk noteerde Jan: 

"Op den 30 May 1775 is mijn Zuster Jacoba van Nulck in den Echtenstaat getreden met Hermanus Zwartenhoff. Zijnde getrouwt door Do. Wilhelmus van den Broek op dinsdag Morgen om Elf Uuren in de Nieuwe Kerk."

Hermanus Zwartenhof was een zoon van Jacob Swartenhof en Elisabeth Cornelisse en gedoopt op 23-6-1751 te Amsterdam. Zijn huwelijk met Jacoba van Nulck duurde slechts 5 jaar: 

"Op den 31e October 1780 des Dinsdagsmorgen Om half Agt Uuren is mijn Broeder Hermanus Zwartenhoff overleden, in den Ouderdom van 29 Jaaren & 4 Maanden en op Maandag den 6e November ter Aarde besteld in de Westerkerk.

11 april 2018

Willem van Walkom (1762-91) werd geëxecuteerd in Utrecht

Willem van Walkom, 29 jaar oud en geboren in Utrecht, werd veroordeeld wegens diefstal, beroving en geweldpleging. Hij moest de proceskosten betalen en zou worden opgehangen en daarna tentoongesteld. In "De Navorscher" van 1873 schrijft C. Kramm:
Bij eene sententie van het Hof Provinciaal van Utrecht van 29 januarij 1791 werd omtrent den ter dood veroordeelden Willem van Wankom bepaald, dat nadat hij gehangen zou zijn, volgens de sententie, "het doode ligchaam van den gevangen zal worden gebragt naar het Zeijsterand om daar gehangene te worden aan de galg, andere ten afschrik en exempel".
Willem van Walkom was gedoopt op 11-4-1762 in Utrecht als zoon van Willem van Wankom sr. en zijn vrouw Johanna Godvree (±1730-1803). Willem jr. trouwde op 2-7-1782 in Utrecht met Adriana Pot (±1758-1836). Zij lieten aldaar op 2-4-1783 een dochter Johanna dopen. 

Vijf jaar na de executie van Willem van Walkom, op 16-8-1796 in Utrecht, is Adriana Pot hertrouwd met Cornelis van der Sluijs (±1750-1833), die weduwnaar was van Lena van Wankum. Cornelis was metselaar en woonde in Utrecht buiten de Weerdpoort. Hij had zes kinderen uit zijn eerste huwelijk, waaronder een gelijknamige zoon Cornelis Verluijs (1785-1871), die een voorouders is van mijn neefjes Thom en Perre Bos. Met Adriana Pot kreeg Cornelis van der Sluijs nog 3 kinderen: Jacobus, Jannigje en Abraham van der Sluijs. 

Zicht op de voormalige Weerdpoort van Utrecht.

Bronnen: Archieven.nl, De Navorscher


5 april 2018

2 x 3 huwelijken: Simon Nieuwenhuijsen & Helena van der Wou

Simon Jansen Nieuwenhuijsen en zijn 3e vrouw, Helena van der Wou, zijn allebei 3 maal getrouwd, terwijl Helena ook nog met één van Simon's schoonzoons is getrouwd. Vervolgens trouwde Simon's kleinzoon Abraham Quist in 1723 met Helena's kleindochter Helena Stoffelsen Precijs. Dit speelde zich allemaal af in de omgeving van Nieuw-Vossemeer en Steenbergen.

Steenbergen rond 1740

Simon Jansen Nieuwenhuijsen

De 3 vrouwen van Simon Jansen van Nieuwenhuijsen zijn
  1. Catalijntjen Piersen Scheij, getrouwd rond 1665. Zij is overleden tussen begin 1687 en de zomer van 1692.
  2. Catharina Dircks van der Schee, ondertrouwd op 15-7-1692 in Nieuw-Vossemeer. Zij was weduwe van Reijnier Pieterse van Hulst en had waarschijnlijk o.a. een dochter Maria uit haar eerste huwelijk, die zou trouwen met Stoffel Precijs. Catharina van der Schee is overleden vóór de zomer van 1692.
  3. Helena van der Wou, getrouwd op 26-6-1707 in Nieuw-Vossemeer. Zij was toen weduwe van Matthijs Precijs.
Simon Jansen van Nieuwenhuijsen was getuige bij de volgende dopen:
  • Op 18-08-1697 bij de doop van Katharina Pieters Nieuwenhuijsen [grootvader vaderszijde].
  • Op 03-08-1698 bij de doop van Sijmon Antonisse Quist [grootvader moederszijde].
  • Op 27-08-1702 bij de doop van Catharina Stoffels Precijs (jong overl.) [stiefvader van vader].
  • Op 15-10-1705 bij de doop van Catharina Antonisse Quist [grootvader moederszijde].
  • Op 22-01-1708 bij de doop van Catharijna Stoffelse Precijs [stiefvader van vader].
  • Op 17-06-1708  bij de doop van Helena Leenderts Precijs [stiefvader van vader].

27 maart 2018

Pieter Breur (1808-1848) uit Rotterdam wou niet deugen

Pieter Breur was in mei 1834 wegens diefstal met bezwarende omstandigheden veroordeeld tot te pronkstelling en 7-jarige tuchthuisstraf. Bij een tepronkstelling werd de delinquent met een ijzeren halsband of ring en met kettingen vastgeklonken en werd vervolgens overgelaten aan de spot van het volk die hem met vuil, rotte eieren, modder, appelen en dergelijke bekogelden. Daarna werd Pieter gedetineerd in Gouda.
Het tuchthuis van Gouda
In het tuchthuis van Gouda kreeg Pieter Breur op 22-4-1837 een meningsverschil met medegevangene Goedel over 70 centen, die Breur nog meende te goed te hebben van Goedel. Na een opmerking van Goedel, vloog Breur hem aan en stak hem met een mes in zijn buik, waarop Goedel in elkaar zakte. Achttien gevangenen op de slaapzaal waren getuige van de steekpartij. De toestand van Goedel verergerde zich tot hij op 28 april overleed. Bij de lijkschouwing bleek dat de gapende wond in de darmstreek een grootte had van ruim 3/4 duim.

Vissingsche Courant, 19-12-1837

Pieter Breur werd tot "de straffe des doods" veroordeeld wegens moedwillige manslag in het Huis van Detentie te Gouda gepleegd. De koning van Nederland heeft deze veroordeling vervolgens om laten zetten in de straf van geseling en brandmerk met de strop om de hals en nog 20 jaar opsluiting.

20 maart 2018

Fusilier Francois Bestebroer (1786-1806)

Francois Bestebroer werd geboren op 26-5-1786 in Zoutelande (Zld) als zoon van Joost Bestebroer (1749-1820) en Neeltje Riekwel. Francois stamt - net als ik - af van Cornelis Cornelisse Bestebreur (1663-1717) uit Maasdam (ZH).

Francois werd tijdens de Franse Tijd als soldaat ingedeeld bij het 14e Regiment "Infanterie van Linie" met stamboeknummer 5528. Het grootste deel van het leger bestond uit lijninfanterie, ook voetvolk of grondtroepen genoemd, en werd in rijen opgesteld, zodat de soldaten tegelijkertijd met hun musket konden schieten.

Een overlijdensbericht uit Zaragoza in Spanje op 23-3-1812 via Sedan werd geregistreerd in Oostburg (Zld) op 6-5-1813. Het betrof fusilier Francois Bestebroer, die slechts 20 jaar oud was geworden. Francois had in Spranje gediend in het leger van de latere koning Willem II (1792-1849). Willem was als prins door zijn vader naar Oxford in Engeland gestuurd om te studeren èn met de tevergeefse hoop dat hij daar met de Britse troonopvolgster zou kunnen trouwen. 
Na zijn studie diende Willem op het Iberische Schiereiland 3 jaar lang in het Engelse leger als aide-de-campes van de Engelse bevelhebber Arthur Welleysley, later hertog van Wellington. In 1812 nam Willem deel aan o.a. de zeer bloedige bestorming van het fort van Badajoz en de succesvolle slag bij Salamanca. 


De Prins van Oranje, de latere Willem II, voert zijn leger aan.