27 maart 2017

Hermen van den Bogerd & molen "De Meerkoet"

Arij van den Bogerd, j.m., geboren in Moerkapelle, wonend onder Rijswijk, trouwde op 18-11-1798 in Delft met Clazina van Mourik, j.d., geboren onder Rijswijk, wonend in de Gasthuislaan. Arij van den Bogerd werd gedoopt op 28-10-1770 in Moerkapelle als zoon van Johannis (Hannis) van den Bogerd en Anna (Antje) van den Berg. Clazina van Mourik is gedoopt op 12-1-1766 in Rijswijk (ZH) als dochter van Hermen van Mourik en Maria Dingena Montenaken. Herman van Maurik, wonend bij de Trasmolen, is begraven in de Oude Kerk van Delft op 23-4-1793. Maria Dingena Montenake, wonend in de Gasthuislaan, weduwe van Herman van Mourik, is begraven bij de Oude Kerk van Delft op 21-12-1798.

Molen De Meerkoet
Eén ongedoopt overleden kind terzijde, lieten Arij van den Bogerd en Clazina van Mourik in Rotterdam de kinderen Johannes (1799-1800), Maria Catharina (1801-1849), Anna Adriana (1802-1869), Hermen, Neeltje (1806-1867) en Arij (1811-1847) dopen. Bij het overlijden van hun zoontje Johannes werd vermeld dat zijn ouders woonden te Jaffa op 't Snuyfmole. Die molen lag waarschijnlijk ten zuidwesten van de Kralingse Plas in Rotterdam. 

In 1827 kocht Arie van den Bogerd de snuif- en specerijenmolen De Meerkoet (foto rechts) in Kralingen. Deze 18e-eeuwse molen was gelegen aan het Veenpad nabij de Spiegelnisserweg ten noorden van de Kralingse Plas. Arie bleef molenaar op deze molen totdat hij, ruim 72 jaar oud, een hevige borstziekte kreeg en binnen enkele dagen - op Tweede Kerstdag 1842 - is overleden. Zij weduwe, Klasina van Mourik, overleed een week later op Nieuwjaarsdag 1843. 

21 maart 2017

Landloper Jan Booij (1841-1908)

Jan Booij uit Gouda was smid van beroep en ongehuwd. Hij had de militaire dienst vervuld als militair in het 4e regiment der infanterie. Ook was Jan al een keer eerder veroordeeld wegens bedelarij “met opzet”, toen hij opnieuw werd gevonnist voor landloperij. Zo werd Jan Booij op 20-12-1898 opgenomen in het gesticht in Veenhuizen in Drenthe.

Jan Booij was toen 156½ cm lang met een bovenlijf van 84½ cm. Zijn rechteroor was 6,7 cm lang. Bij zijn neus was het middenschot zichtbaar. Hij had een gerimpeld voorhoofd, kale schedel, een knevel (snor) en een geplooide onderkin.
Jan Booij (1841-1908)
Op zijn voorhoofd had Jan een litteken van 1,5 cm breed door zijn linker wenkbrauw. Bij zijn linker hand had hij achter zijn middelvinger een wond, waardoor deze vinger stijf naar binnen groeide. Aan zijn rechterhand had hij een kruisvormige snijwond. Ook had Jan een zwerende wond op zijn rug en een moedervlak op zijn borst.

Jan Booij was geboren op 9-8-1841 in Gouda als zoon van Fop Booij en diens 2e vrouw Christina Agatha Hornes (1813-1874). Veel van Jan's broertjes en zusjes waren jong gestorven, maar zijn zussen Maria Agatha (1840-1863) en Christina Agatha en zijn broer Aart bereikten wèl de volwassen leeftijd. Aart werd sergeant in het leger en trouwde 2 maal. Hun vader, Fop Booij, was op 28-7-1875 in Gouda voor de 3e maal getrouw met Alida Emmerentia van Reede (1823-1894), die zelf ook al 2 maal eerder getrouwd was geweest en 3 kinderen meebracht uit haar 1e huwelijk. 

10 maart 2017

Willemijntje Pieters Louter (1764-1833) trouwde 3 maal

Willemijntje Louter zou tegenwoordig een “cougar” worden genoemd, want haar 3e echtgenoot, Klaas Arijsz. van der Park, was maar liefst 19 jaar jonger dan zij. Klaas was net 3 jaar ouder dan Willemijntje's oudste zoon, Barent van der Horst (1787-1815). 

Charlois
Willemijntje Louter werd op 26-8-1764 gedoopt in Charlois (nu in Rotterdam) als jongere dochter van Pieter Karsse Louter (1729-1807) en Lijsbet Jacobs Meulendijk (1729-1802). Haar oudste broer Jacob trouwde in 1785 met een weduwe uit Streefkerk.

Willemijntje ging op 17-2-1786 in Charlois in ondertrouw met Pieter Barentse van der Horst. Hij was gedoopt op 20-6-1757 in Charlois als zoon van Barend van der Horst en diens tweede echtgenote, Bastiaantje Groenendijk. Pieter's vader was in 1767 als weduwnaar hertrouwd met Berber Zevenbergen, jongedochter van Charlois, die daarmee Pieter's stiefmoeder werd.

Willemijntje Louter en Pieter van der Horst kregen in de periode 1787-1793 de kinderen: Barent, Elisabeth, Pieter en Bastiaan. Bij twee van de dopen was Arijaantje Louter (1758-1840) de getuige. Pieter en Willemijntje waren net geen 10 jaar getrouwd, toen het lijk van Pieter Barentsz van der Horst op 2-1-1796 in Charlois werd aangegeven om te worden begraven.

Op 1-12-1797 in Charlois ging Willemijntje Louter in ondertrouw met Corstiaan Bastiaansz. Glesuur, die op 27-8-1759 in Charlois was gedoopt als zoon van Bastiaan Jans Glesuur (1715-1789) en diens tweede vrouw Arijaentie Corstiaense Parsman (±1730-1801). Zij lieten in 1798 en 1800 resp. de kinderen Arjaantje en Bastiaan dopen. Corstiaan is in de periode 1799-1802 overleden en Willemijntje bleef dus weer alleen achter.

Willemijntje Louter was 38 jaar oud, toen zij op 11-3-1803 in Charlois in ondertrouw ging met de 19-jarige Klaas Arijsz. van der Park. Hij was op 28-10-1783 geboren en op 2 november in Charlois gedoopt als zoon van Arie van der Park en Jannigje Dirkse Westerveld. 

Willemijntje overleefde haar zuster Maria Louter (1760-1819) en haar broer Jacob Louter (1757-1828). Na het overlijden van Willemijntje Louter op 68-jarige leeftijd op 9-1-1833 in Charlois is haar weduwnaar níet meer hertrouwd. Klaas van der Park is op 13-4-1860 in Charlois overleden, 76 jaar oud. 

2 maart 2017

Cornelis Nekeman is in 1717 in Kopenhagen overleden

Cornelis Cornelisz. Nekeman werd rond 1660 werd hij geboren als zoon van Cornelis Cornelisz. Nekeman sr. en diens vrouw Aaltje Aalders. Hij trouwde rond 1690 met Neeltje (±1670-1739), die een dochter is van Abel Kerstensz. en Annetje Cornelis, die ook op het eiland Vlieland woonden. Zij kregen in elk geval de kinderen Grietje, Cornelis, Abel en Claas.

Cornelis Nekeman jr. was zeeman. Zo vertrok hij op 29-6-1704 van Amsterdam naar Dantzig (tegenwoordig Gdansk in Polen). Op 16-12-1705 is Cornelis uitgevaren als schipper op de "Paarl", een schip van 100 last (200 ton). Op 15-4-1706 en 9-4-1710 voer hij opnieuw uit als schipper op de "Paarl".

Cornelis Nekeman behoorde tot de doopsgezinde gemeente van Oost-Vlieland. De doopsgezinden - ook wel mennonieten genoemd - waren volgelingen van de Nederlandse kerkhervormer Menno Simons (1496-1561). In plaats van kinderen te laten dopen, erkenden zij slechts de volwassen doop op vrijwillige basis. Doopsgezinde schippers, zoals Cornelis Nekeman, hadden een voorkeur voor de Oostzeevaart, omdat zij - vanwege hun geloof - geen wapens mochten dragen en het níet gebruikelijk was de koopvaarders naar het Oostzeegebied te bewapenen.

Op 2-3-1717 is Cornelis Nekeman in Kopenhagen in Denemarken overleden aan "een ongesondt lichaam".

Copenhagen, Denmark, in 1728

28 februari 2017

Latijnse Term - Consanguineus


atijnse termen kom je zo af en toe tegen, wanneer je genealogisch onderzoek doet. Eeuwenlang verzorgden kerken dopen en begrafenissen en sinds de 6e eeuw wordt Latijn veel in katholieke kerk gebruikt. Maar ook in oud-rechterlijke archieven kom je nog wel eens een Latijnse term tegen. 


De Latijnse term consanguineus betekent bloedverwant en wordt in de roomskatholieke kerk gebruikt bij het geven van huwelijksdispensaties tussen bloedverwanten. Een dispensatie is een ontheffing van een kerkelijk verbod om te trouwen met een naaste bloedverwant. Bloedverwanten zijn mensen met een gemeenschappelijke voorouder. 

19 februari 2017

Molenaar Jacobus Conijn (1823-89) uit Egmond aan Zee

Jacobus Conijn werd geboren op 26-10-1823 in Egmond aan Zee als zoon van Engelbertus ("Engel") Conijn en Aaltje Jans Conijn. Hij was nog maar 8 jaar oud, toen zijn vader in 1832 hoge koorts kreeg en na 10 dagen lijden overleed, 39 jaar en 8 maanden oud. Engel was gedoopt op 13-1-1793 in Egmond aan Zee als zoon van IJsbrant Cornelisz Conijn (1745-1813) en Neeltje Wulberts Groot (1763-1806). Aaltje Conijn, die op 27-8-1815 met Engel was getrouwd, bleef achter met 8 kinderen, waarvan de jongste, IJsbrand (1831-1886), nog een baby was. Zij verdiende vervolgens de kost als broodbakster.

Opregte Haarlemsche Courant, 18-8-1832

Jacobus verkreeg op 11-4-1843 in Alkmaar toestemming om het beroep van korenmolenaar uit te oefenen. Hij was toen 19 jaar oud. Zijn moeder, Aaltje Conijn, is op 70-jarige leeftijd - "na een langdurige ongesteldheid" - overleden op 9-4-1865 in Egmond aan Zee. Zij was aldaar gedoopt op 6-9-1794 als dochter van Jan Jacobsz Conijn (1751-1798) en Aagje Jans Gouda. Aaltje en haar man Engel stammen beiden af van de 17e-eeuwse Jan Gerritsz Conijn en zijn vrouw Lijsbeth IJsbrantsdr.

16 februari 2017

Smokkelende tieners Meerten Harms en Harm Eltjes

Meerten Harms en Harm Eltjes, alias Harm Haijes, van Siddeburen, beide 17 jaar oud, hebben 2 vaatjes brandewijn en tabak vanuit de Pekel gesmokkeld. Daarbij zijn zij betrapt door de provinciale bode Abraham Scholtens en de pachter Hendrik Lussink van Siddeburen of Eelshuis. Ze hebben deze heren tot in Hellum vervolgd met schelden en het gooien van stokken.
Het vonnis werd uitgesproken op 16-2-1719. Zij werden "gebannen in het provinciale tuchthuis om aldaar met hun handen te arbeiden en de kost te verdienen".

De vrienden van Harm Elties dienden vervolgens een verzoek tot gratie in. Op 21-4-1719 verleenden de gedeputeerden hem alsnog een soort van gratie; Harm werd uit het tuchthuis ontslagen, maar wel voor 3 jaar uit de provincie verbannen.

Bron: Criminele Sententies van Civiele Personen van de Gedeputeerde Staten van Stad en Landen, inventarisnummer 1350, transcriptie bij de NGV.